Wist u dat?

Veel hogescholen en universiteiten klagen over het taalniveau van instromende studenten?

De afgelopen dertig jaar zijn er zowel binnen als buiten het onderwijs talloze discussies gevoerd over de inhoud van het vak Nederlands op school. De doelstellingen waren te globaal en scholen hadden met problemen te kampen zoals veel allochtone leerlingen, bezuinigingen en een gebrek aan goed opgeleide leraren.

De Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren (RNTL) heeft in 2002 een adviesrapport laten opstellen, omdat er behoefte was het schoolvak Nederlands zowel op basisscholen als in het voortgezet onderwijs te evalueren. Ook vanuit de maatschappij kwamen er veel vragen naar voren, omdat het de taak van het onderwijs is leerlingen voor te bereiden op de maatschappij. Door middel van de Nederlandse taal moeten mensen immers in de maatschappij functioneren. Wie op een bepaald niveau wil functioneren in het zakenleven, in de juridische wereld of als ambtenaar, zal zich ook de Nederlandse taal op dat niveau moeten eigen maken. Daar ligt zeker ook een taak voor het onderwijs, want het onderwijs moet leerlingen voorbereiden op de maatschappij.

Helaas heeft de school de laatste decennia meer aandacht besteed aan de beheersing van de Engelse taal. Zo hebben veel middelbare scholieren meer inzicht in het Engels dan in het Nederlands.

Door het meer internationale karakter van veel studies vinden opleidingen aan hogescholen en universiteiten steeds vaker in het Engels plaats. Een prima zaak natuurlijk, voor mensen voor wie niet alleen Nederland het toekomstig werkterrein is. Een nadeel hiervan is wel dat het niveau van het Nederlands tijdens zo’n studie nauwelijks verbetert, integendeel… Gelukkig zien steeds meer onderwijsinstellingen de noodzaak van een duidelijk taalbeleid in en gaan zij weer eisen stellen aan correct gebruik van het Nederlands. Ook de overheid doet mee, want in november 2010 zijn er Kamerdebatten geweest met als onderwerp: ”Het Nederlands moet terug in het MBO”.